Provinciaal Sportreglement Provinciale Entiteit Vlaams-Brabant 2016  

   pdf-versie

Artikel 1

Het nationaal en provinciaal sportreglement zijn in de provincie Vlaams-Brabant van toepassing voor al diegenen die de duivensport beoefenen of er rechtstreeks bij betrokken zijn.

Artikel 2

Een reglement van inwendige orde betreffende de inrichting van wedstrijdvluchten voor duiven door een vereniging/samenspel/verbond kan alleen rechtsgeldig zijn in zoverre:

  1. conform is met het nationaal en provinciaal sportreglement
  2. aangenomen is door de algemene vergadering van de vereniging
  3. voldoet aan artikel 14 § 2 van de nationale statuten.

Indien de maatschappijen niet beschikken over een huishoudelijk reglement of eigen statuten, dan zal enkel en alléén het nationaal en provinciaal reglement van toepassing zijn samen met de modelstatuten van de duivenliefhebbersverenigingen.

Artikel 3

Het comité van de Provinciale EntiteitVlaams-Brabant erkent alléén de in zijn provincie gevestigde duivenliefhebbersverenigingen (hierna genoemd de verenigingen) die in orde zijn met de KBDB. De lokalen waar duivenliefhebbersverenigingen gevestigd zijn, dienen verplicht over telefoon ( of GSM) te beschikken. Voor de organisatie van provinciale en nationale vluchten is een computer en  internetverbinding noodzakelijk.

Artikel 4

Behoudens overmacht, kan een vereniging enkel van lokaal veranderen na goedkeuring door de algemene vergadering van de betrokken vereniging en mits toestemming van het provinciaal comité. Een vereniging die van lokaal verandert mag zich enkel in een aanpalende deelgemeente vestigen, indien daar geen duivenliefhebbersvereniging gevestigd is.

In het andere geval moet de toestemming bekomen worden van de aldaar gevestigde vereniging of verenigingen. Een deelgemeente is een gemeente zoals ze bestond voor de fusie van 1963.

 

Artikel 5

Elke aangegane verbintenis door het bestuur van een vereniging hetzij bij contract, hetzij ten overstaan van het Provinciaal Comité, blijft bindend voor de betrokken partijen en kan niet verbroken worden, zelfs niet als er een bestuurswijziging zou plaatshebben, tenzij bij onderling akkoord.

Artikel 6

De verenigingen, samenspelen/verbonden zijn verplicht al de deelnemingsvoorwaarden van hun vluchten en de wijze van toekenning  der kampioenschappen voor 1 maart  aan de provinciale afdeling kenbaar te maken  van het vluchtseizoen van het desbetrefende jaar.

Artikel 7

Een verbond : betekent dat de deelnemingszone bestaat uit een gezamelijk coördinaat en men beurtelings in korft (regeling onderling zelf te bepalen). Beurtelings betekent om de week in verhouding volgens het aantal deelnemende verenigingen.

Een samenspel : betekent dat iedere vereniging een eigen deelnemingszone heeft en men  wekelijks kan inkorven. M.a.w. de uitslag van het samenspel is de hoofdwedstrijd met de 2 of meerdere deelnemingszone’s  tesamen. Tevens kan  iedere maatschappij  afzonderlijk een uitslag maken(Dubbeling). met zijn eigen deelnemingszone.

Een samenspel/verbond kan uit 2 of meerdere verenigingen bestaan.

Een vereniging kan slechts deel uitmaken van één verbond/samenspel per vluchtcategorie.

Wanneer verenigingen vrijwillig of verplichtend een verbond/samenspel vormen, moet dit bevestigd worden in een gewone overeenkomst ondertekend, door de vertegenwoordigers van de betrokken verenigingen. De aldus afgesloten en ondertekende overeenkomst moet in driedubbel exemplaar voor 31 december van het desbetrefende jaar, voorafgaand aan het nieuwe seizoen, aan het bestuur van  de provinciale afdeling betekend worden. Een exemplaar wordt voor ontvangst ondertekend en aan de vereniging per kerende teruggestuurd.

De gemotiveerde aanvragen voor het vormen van een verbond/samenspel worden door het Provinciaal Comité na onderzoek geweigerd, gewijzigd of goedgekeurd. De initiatiefnemende verenigingen worden door het bestuur van de Provinciale Entiteit  hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Voor verbonden/samenspelen dient telkens een bestuur gevormd te worden ten  zelfde titel als een vereniging. Iedere deelnemende vereniging aan het verbond/samenspel  zal verplicht vertegenwoordigd zijn in het bestuur van het verbond/samenspel.

Het hoofdbestuur wordt aangeduid tussen de bestuursleden van het verbond/samenspel.

Voor verbonden/samenspelen wordt een hoofdlokaal aangeduid aan wie het vluchtprogramma toegekend wordt.

De verenigingen die deel uitmaken van een verbond/samenspel en het  vroegtijdig verlaten, kunnen tijdens de resterende periode van de overeenkomst van het bestaande verbond/samenspel, geen nieuw verbond/samenspelvormen met andere verenigingen

.Artikel 8

Alle verbonden/samenspelen moeten tenminste voor de duur van 1 jaar afgesloten worden. De verenigingen die terzake een méérjarige overeenkomst hebben afgesloten kunnen slechts vroegtijdig het verbond/samenspel ontbinden op basis van een  unaniem, onderling akkoord van alle deeluitmakende verenigingen.

Dit schriftelijk akkoord ondertekend door de voorzitters van de betrokken verenigingen moet voor 31 december, (voorafgaand aan het seizoen), door het bestuur van de vereniging van het hoofdlokaal  aan de provinciale afdeling  worden overgemaakt.

Artikel 9

Het provinciaal comité stelt jaarlijks een wedvluchtkalender op. Bij opmaak wordt rekening gehouden met de beslissingen van de Nationale Algemene Vergaderingen. Deze beslissingen samen met de vluchtkalender worden ter kennis gebracht  aan de provinciale algemene vergadering.

Artikel 10

Voor alle fond- en grote halve-fondvluchten vanaf 400 km is uitsluitend het provinciaal comité bevoegd om de vluchtprogramma’s en alle deelnemingszones te bepalen en voor advies voor te leggen aan het Nationaal Sportcomité.

Alle provinciale vluchten worden goedgekeurd door de PC van de Provinciale Entiteit.

Artikel 11

De goedgekeurde vluchtprogramma’s en deelnemingszones mogen in de loop van het seizoen niet gewijzigd worden zonder schriftelijke toelating van het Provinciaal Comité.

Artikel 12

Per weekend kunnen maximaal twee snelheidsvluchten (1 kleine snelheid en 1 grote snelheid) en een kleine ½-fond vlucht georganiseerd worden. Kleine snelheid tot 130 km, grote snelheid boven 130 km en kleine ½-fond vanaf 250  km (coördinaten stadhuis Brussel).

Het inrichten van leervluchten op wedstrijddagen, met lossing op officiële lossingsplaatsen, is verboden.

Artikel 13

Bij niet lossing op de voorziene dag van de wedstrijdvlucht dienen de vergezellers op de lossingsplaats te blijven. Zij mogen de duiven slechts terug brengen na toestemming van de voorzitter van het nationaal sportcomité in overleg met de nationale voorzitter en de door de provinciale bestuursraad aangestelde lossingsverantwoordelijke. Bovenvermelde beschikkingen vervallen, indien er jaarlijks onderrichtingen uitgevaardigd worden door de afdelingen die gezamenlijk hun duiven lossen. De niet geloste duiven dienen door de vergezeller verplicht in het lokaal terugbezorgd te worden.

De vereniging beslist autonoom over het afhalen of het lossen van de teruggebrachte duiven.Voor sector 1 dienen alle niet geloste duiven door de vergezeller verplicht in het lokaal terugbezorgd en uitgekorfd te worden.


Artikel 14

De deelnemingszones van toepassing in de Provinciale Entiteit  Vlaams-Brabant zijn bepaald als volgt :

l  Snelheid:

  • Er is enkel nog 1 deelnemingszone van toepassing  voor de Snelheid. 
  • De minimum deelnemingszone (straal) is 4 km  .
    • één vereniging   : maximum 12 km
    • een verbond       : maximum 14 km

l  Kleine halve fond:  Sector 1

  •  Maximum 21 km

l  Kleine halve fond : Sector 2 & 3

  •   Maximum 16 km

l  Zware Halve fond Provinciale, interprovinciale en nationale vluchten

  • Maximum 21 km.

l  Fondvluchten Vanaf Limoges

  • Maximum 25 km.

l  Toepassing van art. 36 van het Nationaal sportreglement.

Voor de Verenigingen die in toepassing van Art. 36 van het nationaal sportreglement met hun deelnemingszone in de Provinciale Entiteit van Vlaams Brabant komen, dienen deze zich te beperken tot de aangrenzende deelgemeente(n) die raken aan de provinciegrens van hun deelnemingszone van hun  P.E. / S.P.E.

  • De deelnemingszone voor de nationale vluchten van de Oost-Vlaamse verenigingen, die aan de provinciegrens liggen,  dient voor het grondgebied Vlaams-Brabant beperkt te worden tot max 20km van het basiscoördinaat van het lokaal.

Artikel 15

De verenigingen bepalen op hun algemene vergadering de deelnemingszones voor een minimumperiode van 1 jaar.

 Zij kunnen opteren voor :

  1. een cirkel (straal genoemd) met basiscoördinaat of
  2. een opsomming van deelgemeenten.

Indien de deelnemingszone uit een cirkel bestaat, moet deze opgegeven worden in volledige kilometers vanaf het basiscoördinaat.

Indien de deelnemingszone uit een opsomming van deelgemeenten bestaat, dient deze een geheel te vormen en wordt ze beperkt tot het in artikel 14 voorziene maximum vanaf het basiscoördinaat.

Het basiscoördinaat van de vereniging is ofwel het coördinaat van de dichtst bijgelegen kerk (deelgemeente) of het coördinaat van het lokaal van de vereniging (de hoofdingang van het gebouw waar de duivensportactiviteiten plaatsvinden).

Artikel 16

Elke vereniging kan per vluchtcategorie slechts één deelnemingszone bepalen.

Het Provinciaal Comité kan uitbreiding van de deelnemingszone toestaan, rekeninghoudend met volgende voorwaarden:

Voor de grote snelheidsvluchten kan in de maand september een uitbreiding tot 20 km worden toegestaan.

Voor de kleine snelheidsvluchten(20 km) vanaf het voorlaatste weekend van september en voor de vluchten in de week. Op andere dagen dan zaterdag,zondag of wettelijke feestdag, kan een vrije uitbreiding van de deelnemingszone worden toegestaan. In beide gevallen moet de aanvraag voor uitbreiding van de deelnemingszone duidelijk en expliciet vermeld worden op het ingezonden vluchtprogramma.

Een duivenliefhebber die nergens binnen de stralen valt zal door het Provinciaal Comité toegevoegd worden aan een deelnemingszone van een andere maatschappij.

 Artikel 17

De deelnemingszone voor de wedstrijdvluchten op de kleine snelheid moet volledig begrepen zijn in de deelnemingszone van de wedstrijdvluchten op de grote snelheid, die op haar beurt volledig moet begrepen zijn in de wedstrijdvluchten kleine ½ fond.

De deelnemingszone van een dubbeling moet volledig begrepen zijn in deze van de hoofdwedstrijd.

Artikel 18

De verenigingen worden uitsluitend gemachtigd hetzelfde aantal en dezelfde categorieën wedvluchten in te richten zoals de laatste 3 voorgaande jaren toegekend zijn, indien zij voldoen aan de vooropgestelde voorwaarden bepaald in artikel 26.

Alle nieuwe aanvragen worden door het Provinciaal Comité geweigerd tenzij de aanvragende vereniging fusioneert, aansluit of verbond vormt met een bestaande vereniging(en) uit de gemeente of aanpalende deelgemeente en mits uitdrukkelijke toestemming van de bestaande verenigingen.

Artikel 19

De aanvragen om een verbond/samenspel te vormen met verenigingen uit andere provincies en andere vluchtlijnen binnen de provincie kunnen geschieden na gunstig advies van het provinciaal comité Vlaams-Brabant en het provinciaal comité van de betrokken provincies.
Het hoofdlokaal wordt gevestigd in de vereniging van de de P.E. / S.P.E. die de meeste aangeslotenen leden vertegenwoordigt.

Artikel 20

Naast de hoofdwedstrijd  worden er maximum 2 dubbelingen toegekend per vluchtcategorie. Deze dienen vermeld te worden op het ingezonden vluchtprogramma en dienen goedgekeurd te worden door het Provinciaal Comité.

Voor verenigingen die lokale dubbelingen inrichten mag de deelnemingszone nooit groter zijn dan de maximum deelnemingszone zoals voorzien voor  alléénspelende verengingen.

De Verenigingen mogen geen inschrijvingen van gedubbelde duiven aanvaarden die niet in een vereniging van het verbond werden ingekorfd.

 Artikel 21

Aan de wedstrijden die betiteld worden als “provinciale vlucht” of “provinciale dubbeling” kunnen uitsluitend Vlaams-Brabantse liefhebbers deelnemen. Het Provinciaal Comité bepaalt welke wedstrijden betiteld kunnen worden als “provinciale vlucht” of “provinciale dubbeling”.
De inrichters hiervan, dienen deze uiterlijk voor 31 december aan te vragen bij het Provinciaal Comité van de afdeling.

Artikel 22

De port/leerduiven worden niet in de spiegellijst opgenomen. Voor de kleine en grote snelheid mogen er port- en leerduiven aanvaard worden van de liefhebbers die in 1 van de twee deelnemingszones vallen.

Artikel 23

De duiven mogen nooit zonder toestemming van de liefhebber gratis gedubbeld worden in een andere categorie. De liefhebber of een aangestelde van de vereniging dient steeds een inkorvingsbulletin op te maken. Op het inkorvingsbulletin dienen port- en organisatiekosten duidelijk vermeld te worden.

Artikel 24

De verenigingen kunnen voor hun bewerkingen uitsluitend beroep doen op personen die een KBDB - lidkaart bezitten of personen die onder het toezicht van de vereniging zijn aangesteld.

Artikel 25

De verenigingen die op één seizoen per vlucht geen gemiddeld aantal duiven hebben ingemand en deelnemende liefhebbers hebben van :

 a) 150 ingemande duiven – 10 deelnemende liefhebbers voor de kleine snelheid.

 b) 200 ingemande duiven – 15 deelnemende liefhebbers voor de grote snelheid.

 c) 300 ingemande duiven – 20 deelnemende liefhebbers voor de kleine ½ fond.

zijn verplicht te fusioneren, zich aan te sluiten of een verbond te vormen met één of meerdere bestaande vereniging(en) binnen de gemeente of aanpalende gemeente.

Artikel 26

Alléén verenigingen met  rolnummer kunnen prijstentoonstellingen, of kampioenendagen inrichten.

Ook voor deze gehouden buiten duivenverband en voor om het even welke doeleinden ingericht, kan enkel en alléén toegestaan worden mits toestemming van de plaatselijke vereniging. In alle gevallen is zij verantwoordelijk.

Artikel 27

Op de dag waarop de provinciale  kampioenendag doorgaat mogen geen kampioenendagen, tentoonstellingen of verkopen, worden ingericht in en door verenigingen, die in de provincie doorgaan.

Artikel 28

De verenigingen zijn verplicht beroep te doen op een door de KBDB gediplomeerd regelaar voor het regelen van de klokken. Wat het elektronisch registreren betreft, dienen de bedieners van de inmandtoestellen  (masters en klokken) de richtlijnen van de nationale adviesraad voor elektronische en constatatiesystemen te volgen.

 Artikel 29

Bij wedstrijden met afzonderlijke lossingen voor oude en jonge duiven moet men steeds met verschillende en duidelijk gescheiden ringtangen, manden en masters inkorven. De verenigingen die op dezelfde dag inkorven voor verschillende vluchten dienen hoger vermeld principe eveneens toe te passen.

 Artikel 30

De verenigingen die valse inlichtingen overmaken in het vooruitzicht van de goedkeuring van het vluchtprogramma of het goedgekeurde vluchtprogramma zonder toelating wijzigen tijdens het seizoen, zullen, vanaf de vaststelling, geen vluchten meer mogen inrichten.

Artikel 31

Alle uitzonderlijke gevallen die niet in dit reglement zijn opgenomen, worden door het Provinciaal Comité beslist.

  Voorgelegd aan de provinciale algemene vergadering van 05/12/2015

Goedgekeurd door de NRvBB op 24/02/2016

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter