Provinciaal sportreglement West-Vlaanderen 2015  

pdf-versie

De bepalingen van onderhavig provinciaal reglement zijn, evenals het nationaal sportreglement, integraal van toepassing.

1. RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE VERENIGING EN HAAR LIEFHEBBERS - LEDEN

Enkel door de KBDB erkende verenigingen kunnen wedstrijden inrichten.

Verrichtingen in de vereniging kunnen uitsluitend worden uitgevoerd door personen in het
bezit van een voor het lopende jaar geldige KBDB –lidkaart.
Enkel de erkende inkorfburelen, waarvoor de bijdrage voor het lopende jaar is betaald, kunnen als dusdanig fungeren.
De verenigingen mogen geen duiven inkorven van liefhebbers die niet in het bezit zijn van een geldige KBDB-lidkaart. Zij mogen evenmin duiven aanvaarden van liefhebbers die op de lijst van geschorste liefhebbers voorkomen. Deze lijst wordt ieder jaar voor aanvang van het seizoen op de website gepubliceerd. Tevens mogen geen duiven ingekorfd worden zonder afgifte van een volledig ingevuld en door een erkend dierenarts ondertekend formulier voor inenting tegen paramyxo.

De Voorzitter, de secretaris en de penningmeester (of schatbewaarder) vormen het hoofdbestuur van een vereniging waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn. Zij zijn solidair verantwoordelijk voor het regelmatig bijhouden van een kasboek, een constateurboek, een verslagenboek en een ledenlijst.

Voor duivenhokken gevestigd op West-Vlaams grondgebied, mag de liefhebber - eigenaar zijn hoklijst binnenbrengen in een vereniging waar hij binnen een van de speelomtrekken valt van zijn keuze gevestigd in West-Vlaanderen. Hij is verplicht alle rubrieken van zijn hoklijst nauwkeurig in te vullen. De vereniging mag geen hoklijst aanvaarden wanneer niet alle rubrieken zijn ingevuld.
Ingeval van overmacht dient de reden op de hoklijst of in een begeleidend schrijven vermeld.

2. VLUCHTPROGRAMMA'S, VLUCHTKALENDER en VLUCHTORGANISATIE
Art. 2.1
Alle wedvluchten voor duiven, met uitzondering van de (inter)nationale vluchten, vallen onder toepassing van onderhavig reglement. Het

Art. 2.2
Het duivenwedvluchtseizoen begint en eindigt op:
Kleine snelheid: vanaf het weekend van 15 maart of bij gebrek vanaf het weekend er op volgend tot het weekend van 15 oktober of bij gebrek tot het weekend dat 15 oktober voorafgaat (opleervluchten 1 week voor de 1ste wedvlucht)
Grote snelheid: vanaf de 1e zaterdag van april tot de laatste zondag van september.
Kleine halve-fond: vanaf de 1e zaterdag van mei tot en met het weekend dat de laatste nationale vlucht voorafgaat.

Art. 2.3
De wedstrijden voor jonge duiven zijn toegelaten vanaf het weekend van 15 mei of bij gebrek vanaf het weekend er opvolgend (opleervluchten vanaf 1 mei).

Art. 2.4
Volgens artikel 8 van het Nationaal Sportreglement is het dubbelen van jonge duiven in andere categorieën niet toegelaten voor het eerste weekend van september.

Art. 2.5
Vluchten voor jonge duiven uit Fontenay sur Eure mogen pas worden ingericht vanaf tweede weekend van juni

RONDE VAN BELGIE

De vluchten van de ronde van België zullen uitsluitend op zondag worden ingericht.
De lossingplaats zal geloot worden door de Provinciale Entiteit. Alle West-Vlaamse verenigingen dienen deze gelote lossingplaats aan te doen. Er kunnen geen lossingplaatsen in de provincie West-Vlaanderen aangedaan worden.
Omtrek : minimum per arrondissement

Art. 2.6
De verenigingen en verbonden dienen het juiste vluchtprogramma VOLLEDIG in te vullen, bij een verbond alle verenigingen die deel uitmaken van het verbond, alsook het hoofdbestuur van het verbond.
Bij een verbond dient enkel het verbond een vluchtprogramma in te dienen, terwijl de deelnemende verenigingen verwijzen naar het vluchtprogramma van het verbond.
Art. 2.7
Aanmelding duiven: voor de vluchten onder de 500 km dienen geen aanmeldingen meer te gebeuren, met uitzondering voor de nationale vluchten.

Art. 2.8
Op alle provinciaal georganiseerde vluchten zijn portduiven of leerduiven niet meer toegelaten.

Art. 2.9
De verenigingen moeten portduiven of leerduiven weigeren van liefhebbers die niet in de betreffende omtrek vallen.
Gegronde uitzonderlijke gevallen kunnen door het Provinciaal Comité, in het belang van de sport, worden herzien.

Art. 2.10
Alle lokalen die Provinciale of Nationale vluchten verder dan Parijs inkorven moeten elektronisch constateren aanbieden

Art. 2.11
Voor provinciale wedstrijdvluchten of in een verbond ingericht –dus met verschillende inkorflokalen – mag de liefhebber slechts in één lokaal inkorven op straf van verbeurdverklaring van al zijn inzetten.

3. OMTREKKEN
Art. 3.1
De omtrekken dienen steeds als sportief en zonder inhammen worden opgesteld .
De vermelding van straal of afstand is niet toegelaten; evenmin mag een omtrek "ALGEMEEN" worden aangevraagd.

Art. 3.2
De aangevraagde omtrek per lossingsplaats, mag gedurende het seizoen noch vermeerderd noch verminderd worden; de aangevraagde omtrek moet dus gedurende het ganse seizoen behouden blijven. Voor wedstrijden georganiseerd voor speciale gelegenheden kan een uitzondering gemaakt worden, doch deze dient vooraf aangevraagd te worden.

Art. 3.3
Bij iedere vluchtbeschrijving dient naast de omtrek (volledig) ook de wijze van constateren verplicht vermeld. (geen verwijzing naar andere data en circulaire)

Art. 3.4
VOOR DE BELGIEVLUCHTEN, SNELHEID EN KLEINE HALVE FOND
PER DEELGEMEENTE en minimum aanpalend (Grenzen 2014)
maximum vanaf de gemeente van het lokaal in de richting :
noord - zuid tot maximaal 4 deelgemeenten in noordelijke en 4 deelgemeente in zuidelijke richting
oost - west minimaal 1/2 van de gekozen deelgemeenten N-Z
Voor de grenslokalen die geen gemeenten uit een andere provincie laten of kunnen laten deelnemen tot maximum 6
in de richting N-Z

VOOR DE VLUCHTEN VAN TWEE NACHTEN MAND :
PER FUSIEGEMEENTE, ENKEL WEST-VLAAMSE GEMEENTEN KUNNEN OPGENOMEN WORDEN

4 INRICHTING EN WAARBORGEN VAN WEDSTRIJDEN

Art 4.1.
Bij het uitschrijven van wedstrijden met vervroegde inschrijving, de zogenaamde
"derby"-vluchten, dient steeds een termijn bepaald waarbinnen kan worden ingeschreven. Ten laatste veertien dagen na de sluitingsdatum van de inschrijvingen moet in iedere deelnemende vereniging de volledige lijst uithangen van de deelnemers met vermelding van het aantal inschrijvingen per liefhebber en opgave van de ringnummers. Dergelijke vluchten moeten steeds plaatsvinden op de vooropgestelde datum.

Art. 4.2
Verenigingen die gewaarborgde wedstrijdvluchten uitschrijven, mogen de waarborg onder geen enkel voorwendsel verminderen. Ieder overschot in één welbepaalde rubriek moet steeds worden uitbetaald in deze rubriek en mag nooit worden gebruikt om een tekort in een andere rubriek te dekken. Op deze regel is slechts één uitzondering, namelijk bij uitgestelde lossing, wanneer inzetten van liefhebbers, de zogenaamde "zondagspelers", dienen terugbetaald. In dit geval mogen de prijzen worden verminderd in evenredigheid met de terugbetaalde inzetten.

Art.4.3
Het waarborgen van miezen, poelen, specials, enz. houdt in dat bij een waarborg tot 25,00 € alle voorgaande eveneens gewaarborgd zijn. Het gewaarborgde cijfer moet, wanneer de duif binnen de prijzen is gerangschikt, steeds integraal worden uitbetaald, ook al werd er slechts één duif voor ingetekend. Series moeten steeds worden gewonnen op de manier waarop ze werden uitgeschreven en dit tot twee uur na de laatste prijs.

Art. 4.4
De aankondigingen van waarborgen voor wedstrijdvluchten moeten ondubbelzinnig worden opgesteld. Enkel volledig gewaarborgde bedragen mogen worden vermeld. Clausules waarbij enig voorbehoud wordt gemaakt zijn verboden.
De programma's en/of de aankondigingen van de wedstrijdvluchten moeten duidelijk de onkosten per duif, de huuronkosten van de klokken, de kosten voor uitslag en de manier van toekenning van alle inzetten vermelden. Van deze aangekondigde kosten en prijsverdelingen mag in geen geval worden afgeweken tijdens het lopende seizoen.

5. INKORVING EN INSCHRIJVING DER DUIVEN VOOR WEDSTRIJDEN

Art. 5.1
De verenigingen zijn verplicht genummerde inschrijvingsbulletins te gebruiken. Op dit inschrijvingsbulletin dient het nummer van de KBDB- lidkaart van de liefhebber verplicht vermeld.
Art. 5.2
Er mogen slechts twee vluchten op dezelfde dag worden ingekorfd en dit voor zover de inkorfplaatsen, duidelijk, van elkaar gescheiden zijn, met afzonderlijke inkorftafels.
Dit geldt zowel als u optreedt als inkorfbureau of als hoofdinrichter en eveneens voor inkorflokalen waar bv. meerdere maatschappijen zijn gehuisvest.

Art. 5.3
De verenigingen zijn verplicht gummiringen van allereerste hoedanigheid te gebruiken waarop een volgnummer en een controlenummer aan de binnenzijde staan vermeld.
Hetzelfde geldt voor de "dubbele" gummiringen die worden gebruikt.

Art. 5.4
Leervluchten kunnen op zon- en feestdagen enkel uit officieel erkende lossingsplaatsen worden georganiseerd.

Art. 5.5
De aangerekende verzendingskosten voor "port"-, "lap"-, "lak"-, of leerduiven, mogen nooit hoger zijn dan de verzendingskosten aangerekend voor de duiven die aan de wedstrijdvlucht deelnemen.

Art.5.6
In de provincie West-Vlaanderen worden maximum twee lossingen toegestaan.
Lokalen die uitsluitend West-Vlaamse duiven inkorven worden met een provinciale lossing gelost. Lokalen die naast West-Vlaamse ook duiven uit andere PE inkorven worden met een afzonderlijke lossing gelost.

Art.5.7
Na de inkorving en ten laatste vóór lossen van de duiven moeten de spiegellijsten op een zichtbare plaats in het lokaal worden opgehangen en dit tot de derde dag na de lossing.
Alle op een wedstrijdvlucht betrekking hebbende documenten (spiegellijsten, intekenbulletins, instatiebulletins, cadrans, banden, uitslagen, verbeterde uitslagen, aankondigingen, enz.) moeten gedurende twee jaar volgend op het lopend seizoen ter beschikking worden gehouden van de KBDB, die te allen tijde gerechtigd is controle uit te oefenen.
Er kunnen geen bijkomende kosten worden aangerekend voor duiven die voor geen inzet (streepje) vliegen .

Art. 5.8
De verenigingen mogen de duiven slechts meegeven aan de door de KBDB erkende begeleiders in het bezit van een geldige vergunning voor het lopende seizoen.
Het is deze erkende begeleiders verboden duiven aan te nemen van verenigingen die niet aangesloten zijn bij de KBDB

6. DE KLOKKEN - BESTATIGEN – OPENEN

Art. 6.1
Het verzegelen van de mechanische klokken is verplicht. Zulks dient te geschieden met een speciale perfotang en van met het KBDB- logo voorziene speciale loodjes. De nummers van de loodjes dienen verplicht in het constateursboek worden vermeld.
Prikkers worden niet meer toegelaten.

Art.6.2
De inrichter bepaalt de termijn binnen dewelke de klok ter afslag in het lokaal moet worden aangeboden. Dit geldt eveneens wanneer de inrichter toelating heeft verleend om twee verschillende wedstrijdvluchten in één zelfde mechanische klok te bestatigen, de termijn is dan slechts van toepassing vanaf de laatste vlucht. Indien één vlucht werd uitgesteld, dan moeten de mechanische klokken worden binnengebracht, hetzij voor afname, hetzij voor het geven van een voorlopige afslag tellend voor de berekening van de juiste aankomsttijden van de bestatigde duiven.

Voor de elektronische apparaten zijn de bepalingen van het nationaal sportreglement van toepassing.
Geen enkele liefhebber kan worden uitgesloten wegens laattijdig binnenbrengen van de klokken, indien hij niet vooraf door de inrichter in kennis werd gesteld van de uiterste tijd van het binnenbrengen.

Art. 6.3
Wanneer een wedstrijdvlucht niet op de dag van de lossing kan worden afgesloten, moeten alle mechanische klokken die de dag niet aanduiden en die één of meerdere bestatigingen hebben geregistreerd, 's avonds worden binnengebracht voor het geven van een voorlopige afslag. (deze toestellen mogen eveneens worden gelicht en opnieuw geregeld)

7. RANGSCHIKKING – UITSLAG – UITBETALING

Art.7.1
De uitslag van een wedstrijdvlucht moet het ringnummer met jaartal en het volgnummer van de gerangschikte duif vermelden. Bij de eerst gerangschikte duif dient het totaal aantal ingezette duiven van iedere liefhebber vermeld.
Verder dienen alle gegevens vermeld ten einde een controle te hebben op de vermelde snelheid en de behaalde prijzen. Aan iedere liefhebber die voor de uitslag heeft betaald, dient een uitslag bezorgd te worden.
Na het sluiten van de vlucht dient onmiddellijk één exemplaar van de uitslag samen met de aankondiging van de vlucht aan de plaatselijke sectoroverste overgemaakt te worden.
Van ieder verbeterde uitslag dient een exemplaar van deze uitslag aan de sectoroverste overgemaakt te worden.
Art. 7.2
De inhoudingen op de prijzen mogen maximaal 7% bedragen. Bij uitgestelde lossing (ongeacht het aantal dagen uitstel) mag dit percentage maximaal 8% bedragen en dit enkel op de hoofdvlucht. De liefhebber moet ontlasting geven in een daartoe speciaal voorzien register.Bij inkorven met de computer wordt automatisch ontlasting gegeven wanneer het gewonnen bedrag in aftrek van de inzetten wordt vermeld.
8. VERKOPINGEN EN KAMPIOENSCHAPPEN
Art. 8.1

Elke maatschappij kan bonverkoping(en) organiseren waarvan het aantal bons beperkt wordt tot maximum 50. Indien de maatschappij meer dan 50 leden telt mag het aantal bons opgetrokken worden en dit tot het aantal leden.

Art. 8.2
Op de Nationale dag van de KBDB en de Provinciale dag van de Afdeling mogen enkel kampioendagen worden georganiseerd waarbij uitsluitend de leden van de vereniging betrokken zijn. Tijdens voornoemde dagen mogen geen publieke verkopingen worden georganiseerd.

9. PROVINCIALE EN INTERPROVINCIALE VLUCHTEN

Art. 9.1
Van iedere provinciale en interprovinciale vlucht, zal de inrichter een aankondiging aan de Provinciale Zetel toesturen ter attentie van de Voorzitter van het Comité van de P.E evenals een recapitulatie van de spiegellijsten, derwijze opgesteld dat het cijfer van de laatste kolom overeenstemt met het totaal van de voorafgaande kolommen.
Dit laatste document zal ten laatste de dag vóór de lossing op de post worden gedaan. Nadien dient ten spoedigste een uitslag en eventueel een verbeterde uitslag toegestuurd.

10. SLOTBEPALINGEN

Art. 10.1
Wijzigingen aan dit reglement kunnen slechts tussen twee seizoenen in worden aangebracht. Voorstellen tot wijziging moeten voor eind oktober van ieder jaar bij het Comité van de P.E. worden ingediend.

Goedgekeurd door Nationale raad van beheer en bestuur op 23/04/2015

RICHTLIJNEN BIJ HET OPSTELLEN VAN HET VLUCHTPROGRAMMA EN OMTREKKEN
ALLE maatschappijen ontvangen :
een vluchtprogramma 2015 vereniging Belgiëvluchten en Frankrijkvluchten onder Parijs
een vluchtprogramma 2015 vereniging Frankrijkvluchten boven Parijs
een vluchtprogramma 2015 verbond Belgiëvluchten en Frankrijkvluchten onder Parijs
een vluchtprogramma 2015 verbond Frankrijkvluchten boven Parijs
een platte landskaart van West-Vlaanderen
voor zowel alleen- als in verbond spelende maatschappijen

VOOR ALLEENSPELENDE MAATSCHAPPIJEN:
Alle vluchten per datum vermelden, zowel België - als Frankrijkvluchten.
VOOR MAATSCHAPPIJEN DIE IN VERBOND SPELEN:
Dienen naast de vluchten die ze in verbond spelen eveneens hun eigen vluchten te vermelden.
Indien de maatschappij niet voor alle vluchten van het verbond inkorft, dient de maatschappij duidelijk te vermelden voor welke vluchten zij wel inkorft.
Voor de verbonden of groeperingen dient een volledig apart vluchtprogramma ingevuld waaraan door de diensten van de KBDB een apart rolnummer zal toegekend worden. Het verantwoordelijk hoofdbestuur van het verbond dient vermeld te worden alsook de deelnemende maatschappijen en hun rolnummer. Het programma dient zowel door het hoofdbestuur van het verbond of groepering als door het hoofdbestuur van alle deelnemende maatschappijen ondertekend
Bij samenspel tussen grenslokaal en een niet grenslokaal op de Provinciale vluchten kunnen alleen West- Vlaamse duiven ingekorfd worden en wordt geen verlate lossing toegelaten.
AANDACHTSPUNTEN :
Het is noodzakelijk dat het rolnummer van de maatschappij en/of verbond (groepering) vermeld wordt evenals de naam van het vergezellersagentschap dat uw duiven verstuurd.
Ook dienen alle leervluchten - zowel tijdens de week als tijdens het weekend - alsook de eventuele kermisvluchten tijdens de week, vermeld te worden.
Vergeet ook niet de achterzijde van het vluchtprogramma VOLLEDIG in te vullen.
Het vluchtprogramma, ondertekend door de voorzitter, secretaris en schatbewaarder van de vereniging of van het verbond, dient vóór 31/12/20xx volledig (voor en achterzijde) ingevuld ingediend te worden bij onze afdeling.
Naast het vluchtprogramma dient voor iedere vlucht de omtrek verplicht en afzonderlijk door elke maatschappij ingevuld, alsook de platte landskaart ingekleurd volgens de verschillende omtrekken , bij het vluchtprogramma gevoegd.
Bovendien moet het programma vergezeld zijn van het verslag van de algemene vergadering van de maatschappij. Bij ontstentenis hiervan zal het programma geweigerd worden.
Voor maatschappijen die inkorven voor de nationale vluchten dient geen vermelding op het vluchtprogramma aangebracht (worden aangevraagd door de nationale inrichter.)
De maatschappijen die inkorven voor een groepering, verbond en/of samenspel, moeten op het vluchtprogramma vermelden of de inkorving met of zonder dubbeling geschiedt. Bij dubbeling dient de omtrek aangevraagd, zowel op het vluchtprogramma als op het bijgevoegde omtrekkenoverzicht.

Op het vluchtprogramma moeten naam en licentienummer van de leden van het hoofdbestuur worden ingevuld. Ieder van deze leden moet PERSOONLIJK ondertekenen. De leden van het hoofdbestuur moeten, verplicht, werkend lid zijn van de maatschappij en zijn ten opzichte van de KBDB verantwoordelijk voor de in naam hunner maatschappij aangegane verbintenissen.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter