Privacy Policy

Staatsblad

Publicatie : 2000-05-19

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

5 MEI 2000. - Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar

De Vlaamse Regering,


Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, inzonderheid op artikel 43, § 1, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2000;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1971 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn ofwel van de bemoeiing van de architect, ofwel van de bouwvergunning, ofwel van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 16 juli 1996, 7 januari 1997, 4 november 1997 en 16 maart 1999;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 februari 2000;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het decreet van 18 mei 1999 in werking treedt op 1 mei 2000 en dit besluit onontbeerlijk is voor de inwerkingtreding en behoorlijke implementatie van dit decreet;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 2 mei 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media;
Na beraadslaging,


Besluit :
Artikel 1. De bepalingen van de artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 zijn niet van toepassing op :
- de regularisatie van in overtreding opgerichte constructies of uitgevoerde handelingen en werken;
- handelingen en werken, andere dan hinderlijke inrichtingen, waarvoor een milieueffectrapport is vereist voor de volledigheid van de aanvraag om een stedenbouwkundige vergunning;
- handelingen en werken aan of gelegen in:
1° een beschermd monument of op een ontwerp van lijst voorkomend monument;
2° een beschermd stads- of dorpsgezicht of een op een ontwerp van lijst voorkomend stads- of dorpsgezicht;
3° een beschermd landschap of een voorlopig beschermd landschap;
4° een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde.

Art. 2. Het advies van de gemachtigde ambtenaar is niet vereist voor de handelingen en werken waarvoor de gemeentelijke bouwverordening een vergunning voorschrijft terwijl de decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening niet een dergelijke vergunning vereisen.

Art. 3. Het advies van de gemachtigde ambtenaar is niet vereist voor de volgende handelingen en werken :
1° het uitvoeren van werken, handelingen en wijzigingen, wanneer tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldaan is :
a) er is na 1 mei 2000 een gunstig of voorwaardelijk gunstig stedenbouwkundig attest nummer 2 verleend na gunstig of voorwaardelijk gunstig advies van de gemachtigde ambtenaar;
b) het stedenbouwkundig attest is verleend minder dan 12 maanden voor de ontvangst van de aanvraag;
c) het ontwerp beantwoordt aan de schetstekening en de bepalingen van dat stedenbouwkundig attest;
d) de gemachtigde ambtenaar heeft in zeer specifieke of individuele gevallen in de voorwaarden van zijn advies niet bepaald dat hem de definitieve aanvraag om advies moet worden voorgelegd;
2° het slopen of verwijderen van vrijstaande gebouwen of constructies;
3° het uitvoeren van werken, zoals bedoeld in artikel 99, § 1, 2°, 3° en 7° van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999 en 26 april 2000.

Art. 4. Het advies van de gemachtige ambtenaar niet vereist voor het oprichten, verbouwen, herbouwen of slopen van een eengezinswoning met inbegrip van zijn normale, fysisich aansluitende aanhorigheden met een totaal maximaal volume van 1000m³, volgens het gewestplan gelegen in woongebied in de nge zin of woonpark.
Met het begrip `woongebied in de enge zin' wordt het woongebied, omschreven in artikel 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, bedoeld. Woongebied met landelijk karakter, woonuitbreidingsgebied of andere soorten woongebied zijn hier niet inbegrepen.
Met het begrip `fysisch aansluitende aanhorigheden' worden constructies bedoeld, welke in bouwtechnisch opzicht een directe aansluiting of steun vinden bij het hoofsgebouw, zoals een aangebouwde garage, berging, veranda of dergelijke. Het bouwvolume wordt bovengronds gemeten. Afzonderlijke bijgebouwen, zoals bedoeld in artikel 5, 4°, van dit besluit, zijn niet begrepen in dit maximaal volumen van 1000m³

Art. 5. Het advies van de gemachtigde ambtenaar is niet vereist voor de hieronder beschreven handelingen en werken, die volgens het gewestplan gelegen zijn in een woongebied in de ruime zin, niet zijnde een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Met het begrip `woongebied in de ruime zin' wordt alle soorten woongebied bedoeld, zoals woongebied, woongebied met landelijk karakter, woonpark, woonuitbreidingsgebied, woonreservegebied.

Het betreft de volgende werken en handelingen :
de verbouwings- en uitbreidingswerkzaamheden aan een bestaand, vergund woongebouw voorzover ze geen vergunningsplichtige wijziging van de hoofdfunctie en geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden met zich meebrengen. Een eventuele uitbreiding van het bouwvolume mag maximaal 20% van het oorspronkelijke volume bedragen en mag maximaal 75 vierkante meter grondoppervlakte innemen;

de verbouwingswerkzaamheden binnen het bestaande bouwvolume van een vergund gebouw voorzover ze geen vergunningsplichtige wijziging van de hoofdfunctie of - wanneer het een woongebouw betreft - geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden met zich meebrengen;

de werkzaamheden of handelingen aan de buitenvlakken van een vergund gebouw, zoals :
a) het aanbrengen van een gevelsteen, een bepleistering of een andere gevelbekleding;
b) het aanbrengen van dakvlakvensters en/of fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers in het dakvlak of op een plat dak;
c) het aanbrengen van dakuitbouwen over maximaal één vierde van de dakoppervlakte;
d) verluchtings- luchtbehandelings- of luchtafzuiginstallaties;
e) zonnetenten of markiezen, die ingeklapt, opgevouwen of ingerold kunnen worden;
f) een schotelantenne;
voorzover ze geen vergunningsplichtige functiewijziging of - wanneer het een woongebouw betreft - geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden met zich meebrengen.

het bouwen van de volgende afzonderlijke bijgebouwen in de onmiddellijke omgeving van een vergund hoofdgebouw :
a) een hok voor dieren met bijbehorende afrastering, een duiventil, een volière;
b) een tuinhuisje, een bergplaats, een garage, een carport;
c) een serre;
d) een prieel.
De totale oppervlakte van alle bijgebouwen is beperkt tot 75 vierkante meter; de kroonlijsthoogte is beperkt tot 3,00 meter; het hoogste punt van het dak is niet hoger dan 4,50 meter.
Onder onmiddellijke omgeving dient te worden verstaan de ruimte gelegen binnen een straal van 30 meter van de uiterste grenzen van het vergund hoofdgebouw;

de volgende werken en handelingen in de onmiddellijke omgeving van een vergund woongebouw:
a) het plaatsen van een antenne voorzover deze niet hoger dan 4 meter boven het gebouw uitsteekt;
b) het plaatsen van een schotelantenne;
c) het aanleggen van verhardingen, opritten, parkeerplaatsen;
d) het plaatsen van een kleinschalige bovengrondse waterzuiveringsinstallatie met tanksysteem en/of kunstmatig rietveld ten behoeve van één gezin;
e) aanmerkelijke reliëfwijzigingen;
f) het plaatsen van een bovengrondse gas-, brandstof- en/of stookolietank met een maximuminhoud van 2000 liter;
g) het draineren van grond, louter voor de aanleg van de tuin.
Onder onmiddellijke omgeving dient te worden verstaan de ruimte gelegen binnen een straal van 30 meter van de uiterste grenzen van het woongebouw;

de volgende werken en handelingen in de buurt van een vergund woongebouw:
a) een siervijver met een maximumoppervlakte van 75 vierkante meter;
b) maximaal één tennisveld;
c) maximaal één openluchtzwembad van maximum 75 vierkante meter.
Deze werken en handelingen dienen deels te vallen binnen een straal van 30 meter van de uiterste grenzen van het woongebouw;

de plaatsing van afsluitingen met een maximumhoogte van 2,60 meter voorzover deze niet in betonplaten of betonblokken worden uitgevoerd;

de publiciteitsinrichtingen of uithangborden die niet groter zijn dan 20 vierkante meter;

de plaatsing van seizoensgebonden, overdekte terrassen aan horecazaken, voorzover deze terrassen niet groter zijn dan 100 vierkante meter;

10° de oprichting van bijenstallen of bijenkorven voor maximaal 10 bijenvolken;

11° de plaatsing van zend- en ontvangstapparatuur voor radio- en/of telecommunicatie in, aan of op vergunde gebouwen en constructies, voorzover het hoogste punt zich minder dan 4 meter boven het hoogste punt van het gebouw of de constructie bevindt. De plaatsing van de technische installaties die bij deze zend- en ontvangstapparatuur horen voorzover de totale oppervlakte niet groter is dan 21 vierkante meter.

Art. 6. Het advies van de gemachtigde ambtenaar is niet vereist voor de volgende handelingen en werken volgens het gewestplan gelegen in agrarisch gebied dat geen landschappelijk waardevol agrarisch gebied is of geen andere bijkomende aanduiding heeft :
de verbouwings- en uitbreidingswerkzaamheden aan de bedrijfsgebouwen van een bestaand, vergund en in exploitatie zijnde land- of tuinbouwbedrijf voorzover ze geen wijziging van de land- of tuinbouwfunctie van het gebouw met zich meebrengen en voorzover de uitbreiding een fysisch geïntegreerd deel uitmaakt van het bestaande gebouwencomplex.
Een eventuele uitbreiding van het bouwvolume mag maximaal 50% van het oorspronkelijke volume van de bedrijfsgebouwen bedragen;

de volgende bouwwerken aangebouwd aan of in de onmiddellijke omgeving van een bestaand, vergund land- of tuinbouwbedrijfsgebouw :
a) voedersilo's bij een bestaande stal of stallencomplex;
b) putten voor de opvang van hemelwater, beregeningsvijvers bij serreconstructies voorzover de oppervlakte beperkt blijft tot maximaal 300 vierkante meter;
c) opritten en verhardingen voorzover ze kaderen in de normale exploitatie van het bedrijf;
d) een bovengrondse stookolie- of gastank met een maximuminhoud van 10.000 liter;
e) een kleinschalige bovengrondse waterzuiveringsinstallatie met tanksysteem en/of kunstmatig rietveld ten behoeve van het bedrijf;
f) sleufsilo's met een totale maximumoppervlakte van 300 vierkante meter en een maximumhoogte van 2 meter;
g) mestzakken met een maximumvolume van 1.000 kubieke meter.
Onder onmiddellijke omgeving dient te worden verstaan de ruimte gelegen binnen een straal van 60 meter van de uiterste grenzen van het vergund gebouw.

de plaatsing van een ingegraven watervoorraad of drinkplaats voor vee, met een maximumoppervlakte van 50 vierkante meter;

de plaatsing van een houten schuilhok voor dieren, mits aan alle van de volgende vereisten voldaan is :
a) de oppervlakte bedraagt maximaal 30 vierkante meter;
b) het schuilhok wordt opgericht op een graasweide;
c) minstens één zijde is volledig of grotendeels open;
d) de constructie wordt opgericht op ten minste 2 meter van de perceelsgrenzen en op min. 6 meter van de grens met het openbaar domein;
e) de wanden worden uitgevoerd in makkelijk te verwijderen, houten materialen;
f) het hoogste punt is niet hoger dan 3 meter;

Art. 7. Het advies van de gemachtigde ambtenaar is niet vereist voor de volgende handelingen en werken volgens het gewestplan gelegen in industriegebied, gebied voor vervuilende industrie, gebied voor milieubelastende industrie, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen:
de verbouwings- en uitbreidingswerkzaamheden aan een bestaand, vergund industrieel of ambachtelijk bedrijf voorzover ze geen wijziging van de industriële of ambachtelijke functie van het gebouw met zich meebrengen, voorzover de hoogte van de gebouwen en de installaties beperkt blijft tot de afstand vanaf dat punt van het gebouw tot de perceelgrenzen en voorzover de uitbreiding een fysisch geïntegreerd deel uitmaakt van het bestaande gebouwencomplex.
Een eventuele uitbreiding van het bouwvolume mag maximaal 50 % van het oorspronkelijke volume bedragen;

de aanleg van opslagruimten voor minder dan vijf gebruikte voertuigen of minder dan vijf ton schroot;

de publiciteitsinrichtingen of uithangborden die niet groter zijn dan 20 vierkante meter;

de plaatsing van zend- en ontvangstapparatuur voor radio- en/of telecommunicatie in, aan of op vergunde gebouwen en constructies, voorzover het hoogste punt zich minder dan 4 meter boven het hoogste punt van het gebouw of de constructie bevindt. De plaatsing van de technische installaties die bij deze zend- en ontvangstapparatuur horen voorzover de totale oppervlakte niet groter is dan 21 vierkante meter.

Art. 8. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 december 1971 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn ofwel van de bemoeiing van de architect, ofwel van de bouwvergunning, ofwel van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 16 juli 1996, 7 januari 1997 en 16 maart 1999, wordt opgeheven.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2000. Het wordt evenwel slechts toegepast voor die aanvragen, waarvan het ontvangstbewijs dateert van na 1 mei 2000.

Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 mei 2000.
De Minister-President van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media,
D. VAN MECHELEN

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter