Privacy Policy

WELKOMBROCHURE blz 2     <<   >>

Enkele beknopte dierkundige gegevens

Duivers zijn in het algemeen struiser gebouwd dan duivinnen. Ze hebben dikkere, rondere koppen. Hun neusdoppen zijn meer ontwikkeld. Duivers hebben bovendien bredere slagpennen, een sterker skelet en langere vleugels. Dit zijn echter algemene kenmerken want de geslachten zijn niet steeds zo makkelijk te onderscheiden. Er bestaan duivenfamilies waarin de doffers soms fijne koppen hebben en tamelijk smalle slagpennen. De gedragsuiting geeft vaak een zekere aanwijzing. De duiver ronkt en blaast zijn krop op, terwijl de duivin slechts kirt en bewegingen maakt met het kopje.

Duiven leven in paren en zijn monogaam. Ze verdedigen hun territorium, dat zich in het duivenhok vaak beperkt tot de woonbak en een zitplaats.

Teveel duiven in en hok kan dermate onrust veroorzaken, dat de bevruchting te wensen overlaat.

Duiven hebben een sterk ontwikkeld gezichtsvermogen en zien zo'n acht maal meer beelden per seconde dan de mens. Dat heeft bijvoorbeeld voor gevolg dat TL-licht (met starter) voor een duif voortdurend knippert. Men gebruikt dus liefst gloeilampen of TL-licht zonder starter in het hok.

Een duif weegt tussen de 400 en 500 gram. Het heeft zijn belang dit te weten omdat doseringen van medicamenten vaak per kilogram lichaamsgewicht worden aangegeven.

Een duif blijft normaal 8 à 14 jaar vruchtbaar, al zijn er genoeg gevallen bekend waar die vruchtbaarheidsperiode ruim werd overschreden.

Duiven die ouder worden dan 20 jaar zijn wel uitzondering maar komen toch geregeld voor.

Per nest legt de duivin 2 eieren. In principe kan een koppel reisduiven het ganse jaar door kweken. Het is echter de liefhebber, die hier orde op zaken stelt en zijn strategie bepaalt.

Geen succes zonder goed hok

Schrik niet : u hoeft geen luxueuze installaties te bezitten. De bewijzen dat men op een eenvoudig hok hard kan spelen liggen in de praktijk zo voor de hand. Dit is te verklaren door het feit, dat de duif niet gevoelig is voor luxe, wel voor een zekere vorm van comfort.

De eigenschappen van een goed hok zijn gemakkelijker geresumeerd dan in de praktijk omgezet. Toch vatten we ze kort samen :

- zonnig en droog. Een vochtig hok is altijd slecht omdat het de forme-opbouw verhindert (te hoge vochtigheidsgraad) en het ontstaan van ziekten (vooral parasitaire) in de hand werkt. Daarom is een hok midden in een bos gelegen meestal geen ideaal hok;

- goed verlucht, echter zonder tocht op de duiven (op vele kampioenenhokken wordt langs boven verlucht en worden de zitplaatsen en woonhokken 'boven de koppen' door een plaat afgeschermd. Die plaat is vaak horizontaal verstelbaar zodanig dat de luchttoevoer kan geregeld worden en tegelijkertijd de hoktemperatuur zo constant mogelijk gehouden;

- over de noodzaak om sterk te isoleren is men het in moderne werken over woningbouw niet eens. In de praktijk werd op kampioenhokken bewezen dat een spouw goede resultaten geeft. D.w.z. dat een isolerende, goed afgesloten luchtlaag tussen twee wanden volstaat. Een spouw geeft de materialen nog gelegenheid te 'ademen'. Een potdichte isolatie niet;

- kleine hokjes kunnen veel beter zijn dan duivenpaleizen. Om goed te starten moet men het hok toch minstens in drie compartimenten kunnen indelen: een kweekhokje, een hokje voor de jonge duiven, waarin ze onmiddellijk na het spenen worden ondergebracht, plus een hokje voor de toekomstige weduwnaars. Verder is een kleine ren met afgeschermde zitplaatsen voor de weduwduivinnen haast onontbeerlijk.

- Een zolderhok dat qua comfort vaak uitstekend is, heeft niet alleen voor de andere huisbewoners maar ook voor de liefhebber zelf nadelen: hij kan zijn duiven nauwelijks van uit zijn woonvertrek observeren. Op de markt bestaan er tuinhokken van uiteenlopende kwaliteit. Vele kampioenen verkiezen niet aangestreken pannen als dakbedekking.

- belangrijk: begin niet zo maar aan het bouwen van een hok: vraag eerst toelating aan de officiële instanties o.a. aan de urbanisatiedienst van uw gemeente. Kent U de mogelijkheden van inplanting van uw hokken: bezoek dan enkele hard presterende kampioenen, kijk goed uit uw doppen en vraag raad in verband met constructie, voor - en nadelen van bepaalde materialen. U zult bijvoorbeeld merken dat ze als de dood zijn voor materialen die gassen (o.a. formaldehyde) uitwasemen.

Begin niet aan de duivensport zonder een degelijk hok. Het hok is minstens even belangrijk als de duiven zelf. Als u de keuze hebt, richt de ingangen naar het Z.O. De meeste kampioenenhokken zijn zo georiënteerd.

 
Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter