Privacy Policy

WELKOMBROCHURE blz 4    <<   >>

 

Het spel : hoofddoel van de liefhebberij

Hoe boeiend het kweken van duiven ook moge wezen, het uiteindelijke doel is toch het spel, m.a.w. het presteren op de prijskampen.

Voor de aanvang van het eigenlijke spel worden de duiven op oefenvluchtjes meegegeven.

Sommige liefhebbers doen dit uitsluitend met de duivenvereniging, maar door de toegenomen mobiliteit leren vele liefhebbers hun duiven zelf een eind op met eigen wagen. Ze beschikken dan over een zogenaamde opleermand. Het trapsgewijze opleren van jonge duiven is een boeiende bezigheid, waarvan het nut door sommigen in vraag wordt gesteld maar door de overgrote meerderheid toch as heilzaam en doeltreffend wordt beschouwd. Deze opleermand heeft ook nog een andere belangrijke functie : men kan er de jonge duiven leren in drinken door de drinkbakjes aan de buitenkant te hangen. Dat zal later van groot nut blijken te zijn als ze moeten overzitten of deelnemen aan halve-fond wedstrijden.

Het zien aankomen van duiven van een opleervlucht maar nog meer van een prijskamp - geeft vele liefhebbers een formidabele 'kick'. Een duif, die als een volleerd acrobaat met ingetrokken vleugels uit de hemel op de valplank duikt, is een adembenemend gezicht. Nog nooit opgemerkt dat bij sommige goede spelers vaak een massa supporters naar de aankomsten staat te kijken? Dat zijn dan nog wel voor het merendeel niet-liefhebbers die louter voor het schouwspel komen.

De charme van de duivensport is zeker niet het element gokken of het geldspel, maar het beleven van spannende, vaak onvergetelijke momenten.

Hoe worden de aankomsten gerangschikt?

Of U nu speelt op vitesse, halve-fond of fond : uw duiven moeten inderdaad kunnen geklasseerd worden volgens hun eigen snelheid. Geroutineerde liefhebbers spreken in hun jargon over : 'Mijn duif doet 1230 meters..' In feite bedoelen ze meters per minuut.

De eigen snelheid wordt in principe bepaald door de afstand van uw hok te delen door de tijd die uw duif nodig had om die afstand af te leggen.

De afstand wordt berekend met behulp van de zogenaamde coördinaten. De coördinaten van uw hok moeten bepaald worden door een beëdigd landmeter aan de hand van een topografische kaart.

Om de juiste tijd van aankomst te kunnen bepalen, krijgt de liefhebber een apparaat mee; de zogenaamde 'constateur'. Er bestaan twee manieren van constateren. Of wel gebeurt dit manueel doordat de duivenliefhebber de gummiring, die rond de poot van de prijsduif zit, in een potje heeft gestopt en in de opening van de klok heeft gebracht en vervolgens afdrukt. De meest gebruikte manier is het elektronisch contstateren. De duif draagt om haar poot een ring met een elektronische chip die gekoppeld werd aan de gegevens van de officiële ring. De duif wordt bij aankomst geregistreerd op een antenne. De aankomsttijd is nu geregistreerd. Deze operatie wordt uiteraard bij iedere aankomst van een duif uitgevoerd. Het voordeel van dit laatste systeem is dat de duif niet meer ter hand dient genomen te worden en dan ook makkelijker het hok binnenloopt.

Na het afslaan van de apparaten door een bevoegd persoon in de vereniging, worden de banden met de kloktijden opgehangen. Ze kunnen door iedereen worden bekeken. Er wordt daarover vaak gediscusieerd. Men vergelijkt en speculeert: wie zal het halen?

De ruitijd

Als het speelseizoen naar zijn eind loopt, begint de ruitijd.

De meeste kampioenen hechten aan het verloop van de rui veel belang. Vooral aan de grote rui die aanvangt rond het eind van de maand juli.

De kleine veertjes op de kop en in de hals worden jaarlijks vervangen. Dit is eveneens het geval voor de staartpennen en de grote slagpennen en alle dekpluimen. De pennen van de achtervleugel, in het jargon broekpennen genaamd, ruien niet jaarlijks maar over een periode van drie jaar.

De kwaliteit van de verpluiming hangt samen met de gezondheid van de duif en met de verstrekte voedingselementen. De vervanging van het verenkleed vergt een grote inspanning van het organisme bij onze gevleugelde atleten.

Dit is te verklaren dor het feit dat de veren hoofdzakelijk uit keratine bestaan. Keratine is een eiwitverbinding waarin zwavelhoudende aminozuren een belangrijke rol spelen.

Wie bij het lezen van zwavel de oren spitst en denkt dat hij de duiven in de rui helpt door een potje zwavelbloem op het hok te zetten, vergist zich. Zwavel moet in organische verbindingen worden opgenomen. Die zitten in de voeding onder vorm van zwavelhoudende aminozuren (dit zijn de bouwstenen van de eiwitten).

Men heeft er dus alle belang bij gedurende de rui een rijke variatie ter beschikking te stellen. Sommige kampioenen vangen dit probleem op door twee of meerdere goede ruimengelingen uit de handel onder elkaar te mengen.

De pigmentatie verhoogt de weerstand van de pluim. Waar de pluim de meeste wrijving ondergaat (ook van de luchtweerstand bij het vliegen) is ze donkerder gekleurd. Die donkere kleurstof is melanine, een eiwitverbinding die voor haar ontstaan sporen van het element koper nodig heeft als katalysator.

Welnu, deze sporen zitten bijvoorbeeld ruimschoots in groene erwten maar véél minder in tarwe. Dit bijvoorbeeld om U op het gevaar van een te eenzijdige voeding te wijzen.

De duif heeft steeds behoefte aan mineralen en oligo-elementen. Maar in de ruitijd nog meer dan anders. Liefhebbers die na het spel hun duiven verwaarlozen, leggen reeds een hypotheek op het volgende seizoen.

U merkt dus dat de duivensport een fulltime hobby is. Want de rui is nauwelijks voltooid of daar komt de koppelingstijd voor de winterkweek al aan.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter