Privacy Policy

WELKOMBROCHURE blz 5   <<   >>

Winterkweek

De winterkweek is in de moderne duivensport een normaal gegeven.

Vele liefhebbers koppelen zowel vliegers als kwekers tussen 25 november en 1 december.

Vroege jonge ruien slechts hun kleine pluimpjes terwijl de slagpennen veel later beginnen te vallen dan bij lentejongen.

Vele kampioenen houden het bij winterkweek omdat ze van oordeel zijn dat alles nog op zijn pootjes kan gezet worden als er wat zou haperen aan de ouders. Dit in tegenstelling tot de kweek juist vóór de aanvang van het vliegseizoen. Als men dan nog noodgedwongen moet gaan kuren riskeert men de forme-opbouw te onderdrukken.

Nog belangrijker dan bepaalde gesofistikeerde snufjes zoals verwarmingsplaten, minuterie voor de verlichting enz. is de gezondheid van de kwekers. Die moet optimaal zijn vooraleer men aan de koppeling begint. Wil U zeker spelen, laat uw duiven dan ten laatste een maand voor de koppeling onderzoeken door een gespecialiseerd dierenarts.

De voeding

De tijd dat men eenzijdig met één graansoort voederde, bijvoorbeeld tarwe, behoort al lang tot het verleden. Het belang van een gevarieerde voeding wordt niet meer betwist. Op de markt worden er thans seizoensmengelingen aangeboden, die min of meer rekening houden met de wisselende behoeften. Zo bestaan er mengelingen voor jonge duiven, Luikse mengeling (zonder maïs) door sommige liefhebbers gebruikt voor de kweek, kweekmengeling, sportmengeling, weduwschapsmengeling, ruimengeling, wintermengeling, zuiveringsmengeling enz.

Beginnelingen zouden door de vele bomen het bos niet meer zien. Daarom enkele toelichtingen die U moeten wegwijs maken. De hoofdbestanddelen van de voeding kan men in een notendop als volgt resumeren:
1. De koolhydraten (suikers)
2. De vetten of lipiden
3. De eiwitten of proteïnen
4. De vitamines
5. De mineralen
6. De oligo-elementen
Bovendien ook nog ruwe celstof en ... water.

Granen worden beschouwd als hoofdbron voor de koolhydraten (suikers) en de peulvruchten als hoofdbron voor de eiwitten.
Zaden bevatten veel vet.

De opfok van jonge duiven en de rui vergen meer eiwitten voor de groei.

En voor de vlucht? Jaren geleden dacht men dat de suikers de hoofdbron waren en dat de duif eerst haar suikerreserve uitputte en daarna overschakelde op vetverbranding.
Thans weet men dat de duif de suikers alleen gebruikt voor snelle, bruuske manoeuvers, opvliegen, zwenken enz. maar dat ze in gestrekte vlucht vliegt op vet, wat een energiewaarde heeft van meer dan het dubbele en in het lichaam bovendien het zogenaamde metabolisch water vrijmaakt.

Wat ziet men nu in de praktijk bij ervaren kampioenen? Ze volgen in zekere mate de seizoensmengelingen maar mengen vaak twee of meerdere merken door mekaar. Ze gebruiken kleine percentages supplementaire peulvruchten of granen naargelang de behoefte.

Voorbeelden : gedurende het spel en vooral bij langere afstanden wordt maïs toegevoegd aan de mengeling. Maïs heeft in zijn samenstelling ongeveer 7% eiwitten, 65% suikers en wat zeer belangrijk is 4% vet. Vergelijkt men dit nu met de samenstelling van groene erwten, die gedurende de kweek aanvullend gebruikt worden (bijvoorbeeld: 10% toegevoegd aan de kweekmengeling die voor een prijskwestie vaak een te laag percentage bevat), dan vindt men voor de erwt: ongeveer 20% eiwitten, 52% suikers en slechts 1% vet.

In de winter wordt veel gerst gevoederd door sommige liefhebbers - al is dit geen algemene regel wel de praktijk van een grote meerderheid - .

Sommige bijproducten zoals een goede gritsoort zijn onontbeerlijk. Ook is het aan te raden - vooral aan opgesloten duiven - een paar maal per week een vitaminecomplex toe te dienen waarin het vitamine B12 aanwezig is. Dit vitamine werd vroeger de dierlijke eiwitfactor genoemd en komt in de graanmengelingen niet voor. De duif heeft echter een zeer minimale behoefte aan dit vitamine van slechts enkele miljoensten van een gram. Verondersteld wordt dat de sporen in producten van dierlijke oorsprong (dierlijke eiwitkorrels, melk, karnemelk, kaas enz.) voldoende zijn om een tekort te vermijden.

De meeste liefhebbers geven nu een mineraal-mengsel in poedervorm, waarin zowel mineralen, oligo-elementen als een groot gamma vitamines - waaronder het B12 - aanwezig zijn. U merkt dus dat U geen voedingsspecialist hoeft te zijn om op afdoende wijze de behoefte van uw gevleugelde atleten te dekken.

Terloops gezegd: tussen de vele bijproducten die op de markt zijn, bevinden zich een aantal waarvan men zou kunnen zeggen dat ze niet noodzakelijk zijn.

Eigenlijk kan men op eenvoudige wijze zijn duiven gezond houden: een goede seizoensmengeling, grit en een gevitamineerd mineraalmengsel volstaan.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter