Privacy Policy

Vademecum Rechtspraak - V.Z.W.: Rechtspersoonlijkheid

arrow rtl

* Wanneer aan de in art. 3 van de W. 27/06/21 voorgeschreven bekendmaking werd voldaan, heeft het verzuim van de neerlegging van de ledenlijst of van de aanvullende ledenlijsten niet tot gevolg dat de vereniging de rechtspersoonlijkheid verliest, maar enkel dat tegenover derden de uitoefening van haar aan die rechtspersoonlijkheid verbonden rechten is opgeschort tot aan de regularisatie; uit de opzet van de art. 3  en 26, eerste lid, van de W. van 27/06/21 en uit de parlementaire voorbereiding van die wet volgt dat, voor zover de vereniging rechtspersoonlijkheid heeft verkregen door haar bij art. 3 opgelegde verplichting na te komen, de in art. 26, eerste lid, bepaalde sanctie, behoudens bedrog, enkel bestaat in een opschortende exceptie die kan worden opgeworpen tot de toestand geregulariseerd is.

(CASS. - 1ste K - 06/11/92 - AR. 7539 -  Pas.1992, I, 1238 en R.W. 1992/93 - p.882-883)

(CASS. - 1ste K - 24/06/99 - AR. C980215F -  Pas.1999, I, 393)

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter