Provinciaal Sportreglement Provinciale Entiteit Vlaams-Brabant 2019  

 pdf-versie

 

Artikel 1
Het nationaal en provinciaal sportreglement zijn in de Provinciale Entiteit (PE) Vlaams-Brabant van toepassing voor al diegenen die de duivensport beoefenen of er rechtstreeks bij betrokken zijn.
De Provinciale Entiteit Vlaams Brabant omvat Vlaams Brabant en het Brussels Gewest.


Artikel 2
Een reglement van inwendige orde betreffende de inrichting van wedstrijdvluchten voor duiven door een vereniging/samenspel/verbond kan alleen rechtsgeldig zijn in zoverre:
a) conform is met het nationaal en provinciaal sportreglement
b) aangenomen is door de algemene vergadering van de vereniging
c) voldoet aan artikel 14 2e lid van de nationale statuten.
Indien de maatschappijen niet beschikken over een huishoudelijk reglement of eigen statuten, dan zal enkel en alléén het nationaal en provinciaal reglement van toepassing zijn samen met de modelstatuten van de duivenliefhebbersverenigingen.


Artikel 3
Het comité van de Provinciale Entiteit Vlaams-Brabant erkent alléén de in zijn Provinciale Entiteit, gevestigde duivenliefhebbersverenigingen (hierna genoemd de verenigingen) die in orde zijn met de statuten, reglementen en bepalingen van KBDB.
De lokalen waar duivenliefhebbersverenigingen gevestigd zijn, dienen verplicht over telefoon , GSM en/of e-mail adres te beschikken. Voor de organisatie van provinciale en nationale vluchten is een computer en internetverbinding noodzakelijk. Tevens dienen de inkorfprogramma’s compatibel te zijn met de standaarden opgelegd door het NSC.


Artikel 4
Behoudens overmacht, kan een vereniging enkel van lokaal veranderen na goedkeuring door de algemene vergadering van de betrokken vereniging en mits toestemming van het provinciaal comité. Een vereniging die van lokaal verandert mag zich enkel in een aanpalende deelgemeente vestigen, indien daar geen duivenliefhebbersvereniging gevestigd is.

In het andere geval moet de toestemming bekomen worden van de aldaar gevestigde vereniging of verenigingen. Een deelgemeente is een gemeente zoals ze bestond voor de fusie van 1963.
Een vereniging die van lokaal verandert kan uitsluitend haar basiscoördinaat veranderen mits toestemming van het Provinciaal Comité.


Artikel 5
Elke aangegane verbintenis door het bestuur van een vereniging hetzij bij contract, hetzij schriftelijk ten overstaan van het Provinciaal Comité, blijft bindend voor de betrokken partijen en kan niet verbroken worden, zelfs niet als er een bestuurswijziging zou plaatshebben, tenzij bij onderling akkoord.


Artikel 6
De verenigingen, samenspelen/verbonden zijn verplicht al de deelnemingsvoorwaarden van hun vluchten en de wijze van toekenning der kampioenschappen voor 1 maart aan de provinciale Entiteit kenbaar te maken van het vluchtseizoen van het desbetreffende jaar.


Artikel 7
Een verbond : betekent dat de deelnemingszone bestaat uit een gezamenlijk coördinaat en men beurtelings inkorft (regeling onderling zelf te bepalen).
Een samenspel : betekent dat iedere vereniging een eigen deelnemingszone heeft en men wekelijks kan inkorven. M.a.w. de uitslag van het samenspel is de hoofdwedstrijd met de 2 of meerdere deelnemingszones tezamen. Tevens kan iedere maatschappij afzonderlijk een uitslag maken (Dubbeling). met zijn eigen deelnemingszone.
Een samenspel/verbond kan uit 2 of meerdere verenigingen bestaan.
Een vereniging kan slechts deel uitmaken van één verbond/samenspel per vluchtdiscipline.
Wanneer verenigingen vrijwillig of verplichtend een verbond/samenspel vormen, moet dit bevestigd worden in een gewone overeenkomst ondertekend, door de vertegenwoordigers van de betrokken verenigingen. De aldus afgesloten en ondertekende overeenkomst moet in driedubbel exemplaar voor 31 december van het desbetreffende jaar, voorafgaand aan het nieuwe seizoen, aan het bestuur van de provinciale afdeling betekend worden. Een exemplaar wordt voor ontvangst ondertekend en aan de vereniging per kerende teruggestuurd.
De gemotiveerde aanvragen voor het vormen van een verbond/samenspel worden door het Provinciaal Comité na onderzoek geweigerd, gewijzigd of goedgekeurd. De initiatief nemende verenigingen worden door het bestuur van de Provinciale Entiteit hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Voor verbonden/samenspelen dient telkens een bestuur gevormd te worden ten zelfde titel als een vereniging. Iedere deelnemende vereniging aan het verbond/samenspel zal verplicht vertegenwoordigd zijn in het bestuur van het verbond/samenspel.
Het hoofdbestuur wordt aangeduid tussen de bestuursleden van het verbond/samenspel.
Voor verbonden/samenspelen wordt een hoofdlokaal aangeduid aan wie het vluchtprogramma toegekend wordt.
De verenigingen die deel uitmaken van een verbond/samenspel en het vroegtijdig verlaten, kunnen tijdens de resterende periode van de overeenkomst van het bestaande verbond/samenspel, geen nieuw verbond/samenspel vormen met andere verenigingen en zullen uitsluitend gemachtigd worden maximaal hetzelfde aantal en dezelfde disciplines wedvluchten in te richten, zoals toegekend tijdens de periode van 3 jaar voorafgaand aan de vorming van het verbond/samenspel.


Artikel 8
Alle verbonden/samenspelen moeten tenminste voor de duur van 3 jaar afgesloten worden. De verenigingen die ter zake een méérjarige overeenkomst hebben afgesloten kunnen slechts vroegtijdig het verbond/samenspel ontbinden op basis van een unaniem, onderling akkoord van alle deel uitmakende verenigingen.
Dit schriftelijk akkoord ondertekend door de voorzitters van de betrokken verenigingen moet voor 31 december, (voorafgaand aan het seizoen), een intentieverklaring worden overgemaakt door het bestuur van de vereniging van het hoofdlokaal aan de provinciale afdeling.


Artikel 9
Het provinciaal comité stelt jaarlijks per nationaal bepaalde vluchtlijn en per sector een wedvluchtkalender en lossinguren op. Bij opmaak wordt rekening gehouden met de beslissingen van de Nationale Algemene Vergaderingen. Deze beslissingen samen met de vluchtkalender worden ter kennis gebracht aan de provinciale algemene vergadering.


Artikel 10
Voor alle grote halve-fondvluchten en fondvluchten vanaf 400 km (coördinaten stadhuis Brussel) is uitsluitend het provinciaal comité bevoegd om de vluchtprogramma’s en alle deelnemingszones te bepalen en voor advies voor te leggen aan het Nationaal Sportcomité.


Artikel 11
De goedgekeurde vluchtprogramma’s en deelnemingszones mogen in de loop van het seizoen niet gewijzigd worden zonder schriftelijke toelating van het Provinciaal Comité.


Artikel 12
Per weekend kunnen maximaal twee snelheidsvluchten (1 kleine snelheid en 1 grote snelheid) en een kleine ½-fond vlucht georganiseerd worden. Kleine snelheid tot 130 km(coördinaten stadhuis Brussel), grote snelheid boven de 130 km (coördinaten stadhuis Brussel), en korter in afstand dan de kortst gelegen KHF wedstrijd. Voor de KHF gelden de toegekende lossingsplaatsen door het NSC voor het lopende jaar (coördinaten stadhuis Brussel)
Het inrichten van leervluchten op wedstrijddagen, met lossing op officiële lossingsplaatsen, is verboden.
De grote halve fondvluchten worden uitsluitend georganiseerd door erkende;
 Provinciale, interprovinciale en nationale organisatoren of
 Uitzonderlijk door verenigingen, ter gelegenheid van een speciale manifestatie na goedkeuring door het provinciaal comité.
Er mogen geen leervluchten ingericht worden met lossing op officiële plaatsen, op weekends en erkende feestdagen.


Artikel 13
Bij niet lossing op de voorziene dag van de wedstrijdvlucht dienen de vergezellers op de lossingsplaats te blijven. Zij mogen de duiven slechts terug brengen na toestemming van de voorzitter van het nationaal sportcomité in overleg met de nationale voorzitter en door de provinciale bestuursraad aangestelde lossingsverantwoordelijke. Bovenvermelde beschikkingen vervallen, indien er jaarlijks onderrichtingen uitgevaardigd worden door de afdelingen die gezamenlijk hun duiven lossen. De niet geloste duiven dienen door de vergezellers verplicht in het lokaal terugbezorgd te worden.
De vereniging beslist autonoom over het afhalen of het lossen van de teruggebrachte duiven.
Wedstrijdvluchten gelost op een merkelijke kortere afstand dan voorzien, worden van ambtshalve afgelast.


Artikel 14
De deelnemingszones van toepassing in de Provinciale Entiteit Vlaams-Brabant zijn bepaald als volgt :
Snelheid:
Er is enkel nog 1 deelnemingszone van toepassing voor de Snelheid. De minimum deelnemingszone is 4km
één vereniging : maximum 14 km
een verbond : maximum 16 km
Kleine halve fond:
Maximum 20 km
Zware Halve fond
Maximum 21km
Fond & Zware Fond:
Maximum 25 km.
 Toepassing van art. 36 van het Nationaal sportreglement.


Voor de Verenigingen die in toepassing van Art. 36 van het nationaal sportreglement met hun deelnemingszone in de Provinciale Entiteit van Vlaams Brabant komen, dienen deze zich te beperken tot de aangrenzende deelgemeente(n) die raken aan de provinciegrens van hun deelnemingszone van hun P.E. / S.P.E.


Artikel 15
De verenigingen bepalen op hun algemene vergadering de deelnemingszones voor een minimumperiode van 3 jaar.
Zij kunnen opteren voor :
a) Een cirkel (straal genoemd) met basiscoördinaat of
b) Een opsomming van deelgemeenten.
Indien de deelnemingszone uit een cirkel bestaat, moet deze opgegeven worden in volledige kilometers vanaf het basiscoördinaat.
Indien de deelnemingszone uit een opsomming van deelgemeenten bestaat, dient deze een geheel te vormen en wordt ze beperkt tot het in artikel 14 voorziene maximum (straal) vanaf het basiscoördinaat.
Bij een opsomming van de deelgemeenten moeten steeds ALLE aanpalende deelgemeenten worden opgenomen in de deelnemingszone van de deelgemeente waarin de maatschappij is gevestigd en waarbij eveneens het in artikel 14 voorziene maximum (straal) vanaf het basiscoördinaat wordt gerespecteerd.

Het basiscoördinaat van de vereniging is ofwel het coördinaat van de dichtst bijgelegen kerk - herbestemmingsfunctie (deelgemeente) of het coördinaat van het lokaal van de vereniging (de hoofdingang van het gebouw waar de duivensportactiviteiten plaatsvinden).
Het basiscoördinaat van een verbond wordt bepaald door de gemiddelde van de uiterst gelegen X- en Y-coördinaten van de deelnemende verenigingen
Indien een vereniging, verbond of samenspel van de PE ,de speelomtrek bepaalt of uitbreidt en hierdoor de deelnemingszone overlapt van een andere vereniging(en), verbond of samenspel binnen de PE dan is er voor deze vereniging, verbond of samenspel de verplichting om de vereniging(en),verbond te aanvaarden als inkorflokaal zo deze er mocht(en) om verzoeken en dit aan de gangbare voorwaarden (bv. bepaling van het aantal in te korven duiven en hokken), voorzover de hoofdorganisator (vereniging, samenspel of verbond) binnen de PE gevestigd is.


Artikel 16
Elke vereniging kan per vluchtdiscipline slechts één deelnemingszone bepalen.
Het Provinciaal Comité kan uitbreiding van de deelnemingszone toestaan, rekening houdend met volgende voorwaarden:
Voor de grote snelheidsvluchten kan in de maand september een uitbreiding tot de volledige sector en de aanpalende deelgemeenten van de andere provincies grenzend aan de provinciegrens worden toegestaan.
Voor de kleine snelheidsvluchten vanaf het voorlaatste weekend van september en voor de vluchten in de week kan in de maand september een uitbreiding tot de volledige sector en de aanpalende deelgemeenten van de andere provincies grenzend aan de provinciegrens worden toegestaan. Op andere dagen dan zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, kan een vrije uitbreiding van de deelnemingszone worden toegestaan. In beide gevallen moet de aanvraag voor uitbreiding van de deelnemingszone duidelijk en expliciet vermeld worden op het ingezonden vluchtprogramma.
Een duivenliefhebber die nergens binnen de stralen valt zal door het Provinciaal Comité toegevoegd worden aan een deelnemingszone van een andere maatschappij.


Artikel 17
De deelnemingszone voor de wedstrijdvluchten op de kleine snelheid moet volledig begrepen zijn in de deelnemingszone van de wedstrijdvluchten op de grote snelheid, die op haar beurt volledig moet begrepen zijn in de wedstrijdvluchten kleine ½ fond.
De deelnemingszone van een dubbeling moet volledig begrepen zijn in deze van de hoofdwedstrijd.


Artikel 18
De verenigingen worden uitsluitend gemachtigd hetzelfde aantal en dezelfde categorieën (kleine snelheid, grote snelheid, kleine halve fond), wedvluchten in te richten zoals deze de laatste 3 voorgaande jaren toegekend zijn, indien zij voldoen aan de vooropgestelde voorwaarden bepaald in artikel 25.
Alle nieuwe aanvragen worden door het Provinciaal Comité geweigerd tenzij de aanvragende vereniging fusioneert, aansluit of verbond vormt met een bestaande vereniging(en) uit de gemeente of aanpalende deelgemeente en mits uitdrukkelijke toestemming van de bestaande verenigingen.


Artikel 19
De aanvragen om een verbond/samenspel te vormen met verenigingen uit andere provincies en andere vluchtlijnen en lossingssectoren binnen de provincie kunnen geschieden na gunstig advies van het provinciaal comité Vlaams-Brabant en het provinciaal comité van de betrokken PE/SPE .
Het hoofdlokaal wordt gevestigd in de vereniging van de de P.E. / S.P.E. die de meeste aangeslotenen leden vertegenwoordigt.
Voor verbonden/samenspel van verenigingen van verschillende vluchtlijnen en lossingssectoren binnen de provincie, wordt het hoofdlokaal gevestigd in de vereniging waar de meeste duiven zijn ingemand op de betrokken wedstrijden tijdens de 3 voorgaande jaren.
De wedstrijdkalender, de lossingsuren en- plaatsen van deze P.E/S.P.E/vluchtlijn/lossingssector zijn in deze situaties van toepassing.


Artikel 20
Naast de hoofdwedstrijd worden er maximum 2 dubbelingen toegekend per vluchtcategorie. Deze dienen vermeld te worden op het ingezonden vluchtprogramma en dienen goedgekeurd te worden door het Provinciaal Comité.
Voor verenigingen die lokale dubbelingen inrichten mag de deelnemingszone nooit groter zijn dan de maximum deelnemingszone zoals voorzien voor alléénspelende verenigingen.
De verenigingen mogen geen inschrijvingen van gedubbelde duiven aanvaarden die niet in een vereniging van het verbond/samenspel werden ingekorfd.


Artikel 21
Aan de wedstrijden die betiteld worden als “provinciale vlucht” of “provinciale dubbeling” kunnen uitsluitend Vlaams-Brabantse en Brusselse liefhebbers deelnemen. Het Provinciaal Comité bepaalt welke wedstrijden betiteld kunnen worden als “provinciale vlucht” of “provinciale dubbeling”.
De inrichters hiervan, dienen deze uiterlijk voor 31 december aan te vragen bij het Provinciaal Comité van de afdeling.


Artikel 22
Op de wedstrijdvluchten mogen geen port/leerduiven worden aanvaard van buiten de deelnemingszone. De port/leerduiven worden niet in de spiegellijst opgenomen. Er mogen portduiven worden aangenomen op alle vluchten van de kleine en grote snelheid! De portduiven zullen geregistreerd worden zodat er een degelijke controle kan worden uitgevoerd of de aangeleverde duiven aan liefhebbers toebehoren welke in de deelnemingszone van de maatschappij vallen EN of deze gevaccineerd zijn. Portduiven dienen NIET expliciet voorzien te zijn van een chip of gummi.. Alle vastgestelde misbruiken dienaangaande vallen onder de verantwoordelijkheid van de inrichters. De vaste voetring is voldoende voor de Franse federatie om na te zien aan wie de duif in kwestie toebehoort!


Artikel 23
De duiven mogen nooit zonder toestemming van de liefhebber gratis gedubbeld worden in een andere categorie. De liefhebber of een aangestelde van de vereniging dient steeds een inkorvingsbulletin op te maken. Op het inkorvingsbulletin dienen port- en organisatiekosten duidelijk vermeld te worden.
Buiten de port- en organisatiekosten kan in geen geval een andere som gevraagd worden.


Artikel 24
De verenigingen kunnen voor hun bewerkingen uitsluitend beroep doen op personen die een KBDB - lidkaart bezitten of personen die onder het toezicht van de vereniging zijn aangesteld.


Artikel 25
De verenigingen die op één seizoen per vlucht geen gemiddeld aantal duiven hebben ingemand en deelnemende liefhebbers hebben van :
a) 150 ingemande duiven – 8 deelnemende liefhebbers voor de kleine snelheid.
b) 200 ingemande duiven – 12 deelnemende liefhebbers voor de grote snelheid.
c) 300 ingemande duiven – 15 deelnemende liefhebbers voor de kleine ½ fond.

Dienen op voorstel van het provinciaal comité te fusioneren, zich aan te sluiten of een verbond te vormen met één of meerdere bestaande vereniging(en) binnen de gemeente of aanpalende gemeente.


Artikel 26
Alléén verenigingen met een licentienummer kunnen prijstentoonstellingen, of kampioenendagen inrichten.
Ook voor deze gehouden buiten duivenverband en voor om het even welke doeleinden ingericht, kan enkel en alléén toegestaan worden mits toestemming van de plaatselijke vereniging. In alle gevallen is zij verantwoordelijk.


Artikel 27
Op de dag waarop de provinciale kampioenendag doorgaat mogen geen kampioenendagen, tentoonstellingen of verkopen, worden ingericht in en door verenigingen, die in de provincie doorgaan.


Artikel 28
De verenigingen zijn verplicht beroep te doen op een door de KBDB gediplomeerd regelaar voor het regelen van de klokken. Wat het elektronisch registreren betreft, dienen de bedieners van de inmandtoestellen (masters en klokken) de richtlijnen van de nationale adviesraad voor elektronische en constatatiesystemen te volgen.


Artikel 29
Met inkorven wordt pas begonnen indien tenminste vier leden van de vereniging aanwezig zijn, waaronder tenminste een bestuurslid of een daartoe door het bestuur aangewezen bevoegde aangestelde van de vereniging.
De vereniging of de door de vereniging benoemde verantwoordelijke van de inkorving weigert kennelijk zieke en niet gevaccineerde duiven voor een leer- of wedvlucht
Geen enkele deelnemer, ook geen deelnemend bestuurslid of aangesteld, mag direct of indirect :
a. de eigen duiven inmanden;
b. bij de inkorving de vaste voetringnummers van de eigen duiven opnoemen;
c. de eigen in te korven duiven van gummiringen voorzien;
d. de nummers van de aangelegde gummiringen op de eigen inkorflijst invullen;
e. het inkorvingsbulletin van de eigen ingekorfde duiven behandelen;
f. openen van de eigen klokken
Inbreuken worden beteugeld met niet klassering en verbeurd verklaren van de inzetten.
Op willekeurige tijden kan in alle inkorfcentra bij het inkorven, stellen, aan- en afslaan, lichten van de klokken en het stellen en controleren van de elektronische constateersystemen of op de hokken van de deelnemers controle plaatsvinden door functionarissen aangewezen door het provinciaal comité, die met een legitimatiebewijs kunnen aantonen dat zij de bevoegdheid hebben controle uit te oefenen.


Artikel 30
De verenigingen, verbonden en samenspelen die valse inlichtingen overmaken in het vooruitzicht van de goedkeuring van het vluchtprogramma, het goedgekeurde vluchtprogramma zonder toelating wijzigen tijdens het seizoen en de bepalingen van het provinciaal sportreglement niet naleven, zullen, vanaf de vaststelling, geen vluchten meer mogen inrichten.


Artikel 31
Alle uitzonderlijke gevallen die niet in dit reglement zijn opgenomen, worden door het Provinciaal Comité beslist.
Voorgelegd aan de provinciale algemene vergadering van 25/11/2018
Goedgekeurd door de NRvBB op xx/02/2019

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter